Begrafenis

Voor me staan twee broers, 45 ongeveer, allebei dun en lang, O benen van het voetballen. Hun broer is een paar dagen geleden overleden, morgen is de crematie, vanavond de condeleance, en ze willen graag hun speech oefenen voor morgen.

Nou laten we maar beginnen, zeg ik. Hoe is het met jullie?

Ja wel goed, zeggen ze. Het is allemaal nogal houterig. Hun motoriek, maar ook hoe ze antwoord geven op mijn vragen. Geboren in Noord Holland, Wormerveer, uit een gezin waar het ‘niet klagen maar dragen’ in de Brintapap werd meegeroerd.

Wat willen jullie doen? Ze kijken me vragend aan. De oudste – geschoren hoofd, zachte ogen, friemelen met zijn handen-  zegt dat hij graag zijn emotie in bedwang wil houden. Want ik wil daar niet staan snotteren als een oud wijf hè. Ik knik. Of ik daar iets aan kan doen? Heb je wellicht een techniekje ofzo? Ik glimlach, en zeg dat we daar inderdaad misschien nog wel iets voor hebben in ons medicijnkastje. Zijn broer vindt het vooral fijn dat ze even kunnen oefenen. Want hij wil graag dat het verhaal te begrijpen is. Dat het klopt.

Ohja, zeg ik. Dus als ik het goed begrijp willen jullie een verhaal dat klopt, met niet teveel emotie? Ze kijken me aan en lachen, nou ja een beetje emotie mag wel hoor.

Fijn, zeg ik.

Zullen we maar beginnen dan? Ja, zeggen ze. De oudste zucht zo van laten we het maar doen, en hij vraagt:  het is misschien een gekke vraag, maar wil jij ons dan misschien aankondigen? Want dan doen we net alsof het al morgen is. Ja, zegt de jongste, en dan staat daar de kist, en hij wijst naar de rode ronde stuk tapijt dat we normaal gebruiken om TEDXsprekers te laten oefenen. We zijn allemaal even stil als we naar die rode stip kijken.

Ik loop naar naast de stip en opeens sta ik in een kerk en leid ik een begrafenisdienst. Ik spreek hun namen uit, een beetje plechtig zoals dat gaat op een begrafenis, en zeg dat de broers namens de familie graag iets willen zeggen.

Ze staan tegelijk op van hun stoel en ze hebben een heel mooi verhaal voorbereid. Over de dingen die ze als jongens beleefden, en de oorsprong van de bijnamen die ze voor elkaar hadden.

Af en toe kijken ze vragend naar mij, en ik knik dan. Een beetje het midden tussen ja jongen ga maar door, en ik begrijp het, het is goed zo. Ik slik mijn tranen weg, soms lukt dat, soms niet. Straks pas als ze de deur achter zich dicht gedaan hebben, huil ik een paar minuten voluit.  Zomaar, ik weet ook niet waar dat vandaan komt.

Ze staan naast elkaar en wisselen elkaar af. Dan spreekt de een – en de ander luistert –  en dan weer andersom. Met heel veel aandacht lezen ze het voor, het is niet perfect, en ik zie allemaal dingen vanuit mijn perspectief als sprekerscoach die ‘beter’ kunnen. Maar ik geef maar een paar kleine aanwijzingen. Goed diep ademen, ja zo ja, door je buik. En als je niks zegt, en wacht op je beurt, mag je best de zaal inkijken hoor. Ohja, zeggen ze. Ze hebben allebei grote bedrijven, maar hier staan ze wankel naast elkaar. Soms moeten ze huilen. Het trio is niet meer, hun broer is dood, en als duo lijkt het nog onwennig. Af en toe leggen ze de hand op de schouder van elkaar. Vond je dat wel ok, als ik dat deed? Vraagt de jongste aan zijn oude broer. Jahoor, dat is goed. Ik vind het fijn om te weten dat je me steunt zegt hij.

Samen doen we een paar ademhalingsoefeningen, en hebben we het over de dag van morgen. Weet je zeg ik, nog even over dat medicijnkastje. Misschien is het wel mooi als je juist alles aanwezig laat zijn. Dat je boos bent, en verdrietig. Niet probeert dingen in te slikken. En dat je dus wel de weduwe aankijkt als je zegt dat je trots op haar bent. Ik denk dat ze dat fijn vindt. Wat maakt jou het uit als je moet huilen? Ja, daar zijn ze het eigenlijk wel mee eens. Ja dat gaan we doen, zeggen ze.

We hebben het over andere begrafenissen, en wat we daar zo mooi aan vonden. We lachen nog wat, om een anekdote die ze ophalen in herinnering aan hun broer.

Na 1,5 uur zijn we klaar. Zo, zeg ik. Het is een heel goed verhaal, en ik vind dat jullie het supergoed doen,  en als ik zulke broers zou hebben zou ik trots zijn. Ja zeggen ze. Het is goed zo.

Op naar morgen.

By |2019-03-05T11:07:42+00:00december 7th, 2016|